Skip Ribbon Commands
Skip to main content
NL FR EN

 Rijden onder invloed

 La conduite sous influence

 Driving under the influence

Naast de Belgische drugswetgeving verbiedt de Belgische verkeerswet het besturen van een voertuig wanneer regelmatig drugsgebruik of de hoeveelheid drugs die gebruikt werd negatieve gevolgen heeft op de rijvaardigheid van een persoon. In tegenstelling tot de drugswet, is de verkeerswet van toepassing voor zowel alcohol, illegale drugs (cannabis, amfetamines, MDMA, morfine/heroïne en cocaïne) en medicatie. De wet verbiedt niet alleen het rijden zelf, maar ook het aanzetten tot, uitdagen of toestaan van het rijden onder invloed van drugs.

Sinds 1999 worden bestuurders getest op druggebruik andere dan alcohol. De middelen waarvoor getest wordt zijn THC, amfetamine, MDMA, morfine, 6-acetylmorfine, cocaïne en benzoylecgonine. Verbalisanten hebben de mogelijkheid een drugstest op te leggen voor personen die mogelijks een verkeersongeval hebben veroorzaakt of iedereen die een voertuig (of rijdier) bestuurd (of wenst te besturen) of een bestuurder begeleidt (of wenst te begeleiden).

Er kunnen drie fasen geïdentificeerd worden om druggebruik bij bestuurders te detecteren. De eerste fase bestaat uit een gestandaardiseerde checklist met zeven categorieën (ogen, gezicht, gedrag, gemoedstoestand, taal, gang en andere) om na te gaan of de persoon externe kenmerken vertoont van recent drugsgebruik. De politie dient na te gaan of er minstens drie kenmerken aanwezig zijn die verdeeld zijn over ten minste twee categorieën. Indien dit het geval is kan dit beschouwd worden als een aanwijzing van recent drugsgebruik. In dit geval zal er worden overgegaan tot de tweede fase van de procedure. Deze eerste fase dient niet uitgevoerd te worden indien de bestuurder mogelijks een verkeersongeval heeft veroorzaakt. De tweede fase bestaat uit een speekseltest waarbij een staal wordt genomen van het speeksel op de kaak en de tong . Het resultaat is zichtbaar binnen de 10 minuten. Indien de speekseltest positief is, dit is wanneer minstens een van de substanties werden aangetroffen in een hoeveelheid groter dan de toegestane limiet, wordt onmiddellijk een rijverbod van 12 uur opgelegd. Dit rijverbod moet ook opgelegd worden in vier andere situaties, namelijk wanneer a) de bestuurder weigert de test af te leggen zonder geldige reden, b) het resultaat van de gestandaardiseerde checklist positief is en de bestuurder een geldige reden heeft om de speekseltest te weigeren, c) het resultaat van de gestandaardiseerde checklist positief is en het niet mogelijk is om voldoende speeksel te collecteren of d) het resultaat van de speekseltest negatief is, maar de bestuurder tekenen vertoont van intoxicatie of een gelijkaardige  toestand. De bestuurder krijgt zijn rijbewijs enkel na deze 12 uur terug indien hij een nieuwe speekseltest aflegt en dit resultaat negatief is. De derde fase van de procedure wordt uitgevoerd indien het resultaat van de speekseltest positief is. In dit geval moet het resultaat van de speekseltest bevestigd worden door een speekselanalyse. Hiervoor wordt opnieuw speeksel verzameld aan de hand van een klein toestel. Het speekselstaal wordt geanalyseerd door een gecertificeerd laboratorium. Een bloedanalyse wordt enkel doorgevoerd indien het onmogelijk is om (voldoende) speeksel te collecteren. Deze derde fase dient niet uitgevoerd te worden indien de bestuurder enkel de intentie had om het voertuig (of rijdier) te besturen of een bestuurder te begeleiden. In dit geval volstaat het rijverbod van 12 uur. Het OM kan op het moment van het misdrijf een onmiddellijke intrekking van het rijbewijs van 15 dagen opleggen indien de minimumlimieten overschreden worden of wanneer de bestuurder de test weigert zonder geldige reden. De termijn van 15 dagen kan door de politierechtbank verlengd worden tot maximaal 2 keer 3 maanden. Deze onmiddellijke intrekking van het rijbewijs geeft de mogelijkheid om het algemeen belang te beschermen vooraleer een veroordeling plaatsvindt.

De rechter kan een veroordeling van 200 tot 2000 euro opleggen en heeft de mogelijkheid om een rijverbod van 8 dagen tot 5 jaar uit te spreken. Dit rijverbod zal onmiddellijk afgedwongen worden indien de dader minder dan 2 jaar over een rijbewijs beschikt en hij zal verplicht worden zijn/ haar rijexamen te hernieuwen. In geval van een ongeval met gewonden of doden moet de rechter een rijverbod opleggen van minimum 3 maanden. Telkens wanneer een rijverbod wordt opgelegd heeft de rechter de mogelijkheid om een bijkomende tijdelijke immobilisering van het voertuig op te leggen. Bovendien kan hij het voertuig in beslag laten nemen wanneer een rijverbod van minimum 6 maanden wordt uitgesproken. De straf van 200 tot 2000 euro kan opgetrokken worden tot een geldboeten van 400 tot 5000 euro en een gevangenisstraf van een maand tot 2 jaar indien er sprake is van recidive binnen de drie jaar na de eerste veroordeling. Het rijverbod is in dit geval minimum 1 jaar. De beslissing van de rechter om iemands rijbewijs terug te geven kan afhankelijk gesteld worden van het resultaat van onderzoeken en examens. In sommige situaties is de rechter zelfs verplicht om een test of examen op te leggen.

De volgende wetgeving is hier van toepassing:

Parallèlement à sa législation en matière de drogues, la Belgique prévoit également, dans sa loi relative à la circulation routière, l’interdiction de conduire un véhicule en cas de consommation régulière de substances susceptibles de compromettre l’aptitude à la conduite ou d’absorption d’une quantité telle qu’elle exerce une influence néfaste sur le comportement routier. À l’inverse de la législation drogues, celle relative à la circulation routière s’applique tant pour l’alcool que pour les drogues illégales (cannabis, amphétamines, MDMA, morphine/héroïne et cocaïne) et les médicaments. L’interdiction porte non seulement sur la conduite en elle-même, mais également sur l’incitation ou la provocation à la conduite ou l’autorisation de la conduite sous l’emprise de drogues.

Depuis 1999, les conducteurs font l’objet d’analyses portant sur la consommation de drogues autres que l’alcool. Les produits testés sont les suivants: THC, amphétamine, MDMA, morphine, 6-acétylmorphine, cocaïne et benzoylecgonine. Les verbalisants ont la possibilité d’imposer un test à tout auteur présumé d’un accident, ainsi qu’à toute personne qui conduit (ou s’apprête à conduire) un véhicule (ou une monture) et à toute personne qui accompagne (ou s’apprête à accompagner) un conducteur en vue de l’apprentissage.

On distingue trois phases dans la procédure de détection de la consommation de drogues chez l’usager de la route. La première consiste en une check-list standardisée, répartie en sept catégories (yeux, visage, comportement, humeur, langage, démarche et autres signes), afin de vérifier si la personne présente des signes extérieurs d’usage récent de drogue. En présence d’au moins trois signes d’au moins deux catégories, la police peut considérer qu’il existe une indication d’usage récent et passer à la deuxième phase de la procédure. La première phase ne doit pas nécessairement être réalisée si le conducteur est suspecté d’avoir provoqué un accident de roulage. La deuxième phase consiste en un test salivaire sur un échantillon prélevé dans la joue et sur la langue. Le résultat est visible dans un délai de 10 minutes. Si le test salivaire est positif, à savoir si l’une des substances visées est découverte en des quantités supérieures à la limite autorisée, une déchéance immédiate du droit de conduire de 12 heures est appliquée. Cette déchéance s’applique également dans quatre autres situations: a) refus de l’usager de la route de se soumettre au test sans motif légitime, b) résultat positif sur la base de la check-list standardisée et refus du test salivaire - pour un motif valable, c) résultat positif sur la base de la check-list standardisée et impossibilité de recueillir suffisamment de salive pour le test et d) test salivaire négatif, mais signes d’intoxication récente ou d’un autre état similaire. L’usager récupère seulement son permis de conduire une fois le délai de 12 heures écoulé et une fois qu’un nouveau test salivaire a livré un résultat négatif. La troisième phase de la procédure est seulement effectuée si le résultat du test salivaire est positif. Cette phase consiste en la confirmation du résultat par analyse salivaire. Dans ce cadre, un nouvel échantillon de salive doit être recueilli à l’aide d’un petit appareil, échantillon qui est envoyé pour analyse à un laboratoire certifié. Une analyse de sang est seulement menée en cas d’impossibilité de collecter de la salive (en quantité suffisante). Cette troisième phase n’est pas nécessaire si l’usager avait seulement eu l’intention de conduire un véhicule (ou une monture) ou d’accompagner un conducteur. Le cas échéant, seule la déchéance de 12 heures s’applique. Le ministère public peut infliger, au moment du délit, un retrait immédiat du permis de conduire pour 15 jours si les limites fixées sont dépassées ou si l’usager refuse de se soumettre au test sans motif légitime. Le délai de 15 jours peut être étendu par le tribunal de police pour trois mois, à maximum deux reprises. Le retrait immédiat du permis permet de protéger l’intérêt public avant le jugement.

Le juge peut infliger une amende allant de 200 à 2000 euros et prononcer une interdiction de conduite allant de 8 jours à 5 ans. Si l’usager s’est vu délivrer son permis depuis moins de deux ans, la déchéance du droit de conduire est immédiate et celui-ci devra repasser son examen. En cas d’accident impliquant des blessés ou des morts, le juge est tenu d’imposer une déchéance d’au moins trois mois. Dans tous les cas où une déchéance du droit de conduire un véhicule est infligée, le juge peut prononcer l’immobilisation temporaire du véhicule. Si la déchéance est de six mois au moins, il peut prononcer la confiscation du véhicule. La peine de 200 à 2000 euros peut être portée à une amende de 400 à 5000 euros et un emprisonnement de 1 mois à 2 ans en cas de récidive dans les trois ans suivant la première condamnation. La déchéance du droit de conduire atteint alors au moins un an. La décision du juge de rendre son permis à un usager peut être subordonnée à la réussite d’un test ou d’un examen. Dans certains cas, le juge est même tenu de prononcer cette condition.

Les textes de loi suivants s’appliquent en la matière :
In addition to the Belgian drug law, Belgian traffic legislation prohibits driving of a vehicle when regular drug use or the amount of drugs that was used has a negative impact on the ability to drive. Unlike drug laws, traffic legislation applies to both alcohol, illegal drugs (cannabis, amphetamines, MDMA, morphine/heroin and cocaine) and medication. The law prohibits not only driving, but also inciting to, challenging or allowing driving under the influence of drugs.

Since 1999, drivers are tested for drugs other than alcohol. In these, saliva is tested for THC, amphetamine, MDMA, morphine, 6-acetylmorphine, cocaine and benzoylecgonine. Reporting officers have the ability to impose a drug test to individuals who potentially have caused a traffic accident or anyone driving a vehicle (or mount) (or want to drive) and guides a driver (or would guide).

Three phases can be identified in order to detect drug use by drivers. The first phase consists of a standardized checklist of seven categories (eyes, face, behavior, mood, language, corridor and others) to determine whether a person shows external characteristics of recent drug use. The police needs to ascertain whether there are at least three characteristics present, which are divided into at least two categories. If this is the case than these (external) symptoms can be considered as an indication of recent drug use. In this case, the second stage of the procedure can start. This first phase assessment should not be performed if the driver potentially caused an accident. The second phase consists of a saliva test in which a sample is taken from the saliva on the jaw and tongue. The result is visible within 10 minutes. If the saliva test is positive, meaning at least one of the substances is detected in an amount greater than the allowable limit, a ban of 12 hours is immediately imposed. This ban should also be imposed in four other situations, namely when a) the driver refuses to take the test without a valid reason, b) the result of the standardized checklist is positive and the driver has a valid reason to refuse the saliva, c) the result of the standardized checklist is positive, and it is not possible to collect saliva, and finally d) when the collection of saliva is sufficient and the results of the saliva test are negative, but the driver shows signs of intoxication or a similar state. The driver gets his license back only after these 12 hours if they partake in a new saliva test and obtain negative test results this time. The third phase of the procedure is performed if the result of the saliva test is positive. In this case, the result of the saliva test must be confirmed by an analysis of saliva. For this, saliva is collected again on the basis of a small device. The saliva samples are analysed by a certified laboratory. A blood test will be implemented only if it is impossible to collect (enough) saliva. This third phase should not be performed if the driver only had the intention to control or guide the driver of the vehicle (or mount). In this case the 12-hour driving ban is applied. The prosecution may at the time of the crime impose an immediate license withdrawal of 15 days if the minimum limits are exceeded or if the driver refuses the test without a valid reason. The 15 day period may be extended by police court to a maximum of two times three months. The immediate withdrawal of the license provides the ability to protect the public interest before a conviction can occur. 

The court may impose a sentence of 200 to 2000 euros and has the ability to pronounce a driving ban from eight days to five years. This ban will be enforced immediately if the offender is in possession of his driver’s license for less than two years, and he will be obliged to retake the driving examination. In case an accident involves injured or dead persons, the court have to impose a driving ban of at least three months. Each time a driving ban will be imposed, the judge has the possibility to impose an additional temporary immobilisation of the vehicle. Moreover, he can take possession of the vehicle when a driving ban of at least 6 months is pronounced. The penalty from 200 to 2000 euros may be increased to a fine of 400 to 5,000 and a prison term of one month to two years if there is a repeat offense within three years of the first conviction. The ban in this case is at least 1 year. The decision of the court to return a person's driver's license may be subject to the outcome of investigations and examinations. In some situations, the judge can be obliged to impose a test or exam.

The following legislation applies here: